In oktober 1921 begon Werkman met de uitgave van een maandblad over kunst met de zakelijke titel 'Blad voor Kunst'. De redactie bestond uit o.a. mede-ploeglid Jan Wiegers. Het blad ging na zes maanden ter ziele. Dit zesde en laatste nummer verscheen in maart 1922. Het omslag wijkt nogal af van dat van de andere vijf, die waren versierd met figuratieve, expressionistische houtsneden van onder meer Wiegers en Jan Jordens. Het omslag van nummer zes is het enige in kleur, en ook het enige dat, getuige de inhoudsopgave, werd ontworpen door Werkman zelf. De houtsnede in rood, blauw en geel is duidelijk geïnspireerd door kunstenaars rond het tijdschrift 'De Stijl'. Het tijdschrift is geniet in een naturel kartonnen omslag. De tekst op het omslag, gedrukt in zwart, is gezet uit een schreefloze letter. De titelpagina is versierd met een zwart afgedrukte houtsnede van Werkman, waarin verschillende beeldelementen van de omslag terugkeren. Achterin is onder meer een advertentie opgenomen voor Werkmans eigen drukkerij, toen nog gevestigd in de Pelsterstraat. Op pp. 12 en 13 zijn twee tekeningen van Werkman gereproduceerd die alleen bekend zijn uit dit nummer van Blad voor Kunst: Stratenmaker (SC-13) en Trein op station (T-9).
Werkman, Hendrik Nicolaas


In oktober 1921 begon Werkman met de uitgave van een maandblad over kunst met de zakelijke titel 'Blad voor Kunst'. De redactie bestond uit o.a. mede-ploeglid Jan Wiegers. Het blad ging na zes maanden ter ziele. Dit zesde en laatste nummer verscheen in maart 1922. Het omslag wijkt nogal af van dat van de andere vijf, die waren versierd met figuratieve, expressionistische houtsneden van onder meer Wiegers en Jan Jordens. Het omslag van nummer zes is het enige in kleur, en ook het enige dat, getuige de inhoudsopgave, werd ontworpen door Werkman zelf. De houtsnede in rood, blauw en geel is duidelijk geïnspireerd door kunstenaars rond het tijdschrift 'De Stijl'.