Grafzerk Aepko Onsta en Gela van Ewsum

onbekend

Afgebeeld zijn het echtpaar Aepko Onsta en Gela van Ewsum. In de vier hoeken de wapens der acht grootouders: Onsta en Tamminga, Van Ewsum en Rasquert, Rengers en Van laer van Laerwold, Manninga en In den Ham. Het randschrift, boven en onder de afgebeelden luidt: An'o Dn'i 1564 de 28 apri' starf de Edel Erentfeste vnd Erbare Aepko Onstha, tho Savwert, Wetsingha vnd Verhildersvm Jvnckher Hoevelinck in de Vbbegha Aetate svae. An'o Dn'i 15 starf de Edele Erentricke vn' veeldoegetsame Gela va' Ewesvm, Dochter tho Nienoert, tho Savwert, Wetsingha vn Verhildersvm Frovwe aetate svae. J.A. feith heeft de verzen als volgt vertaald (boven): 'Mijne hoop is, dat ik ten jongsten dage met een nieuw lichaam zal opstaan; dit, howel door den dood ontboinden, wordt weder levend. Wat baat het geleefd, onheil en moeiten verduurd te hebben, zoo mij geenerlei hoop op herleving blijft'. (onder) 'Ik ben een voorstander en beminnaar van de vrijheid des vaderlands, niet duldende dat de burgerlijke rechten van mijn geboortegrond worden verkort. Ik leg mij toe op de staatkunde, opdat zijne (d.i. des vaderlands) nuttige gedaante bloeide; uit liefde voor mijn volk veracht ik eigen voordeelen. Zoo iemand, arm zijnde, eerlijk werk begeert naar zijne krachten, wien hielp dan mijne dienstvaardige hand niet?'

Meer informatie